ECLI:NL:CRVB:2007:BB1925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wullfraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid niet vastgesteld
Appellant werkte als schoonmaker via een uitzendbureau en meldde zich op 12 februari 2004 ziek. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering toe te kennen omdat appellant op die datum niet ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid. Dit werd bevestigd door medische rapporten van verzekeringsartsen die geen objectiveerbare afwijkingen of psychiatrische stoornissen constateerden.
Appellant voerde aan dat zijn maagdarm- en psychische klachten waren toegenomen, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen die relevant waren voor de datum in geding. De rechtbank oordeelde dat het UWV zich op goede gronden baseerde en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar leverde geen nieuwe medische bewijsstukken die tot een ander oordeel konden leiden. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant op 12 februari 2004 niet arbeidsongeschikt was en wijst het beroep af.