ECLI:NL:CRVB:2007:BB1927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens onredelijk late indiening tegen ontslag administratief medewerker
Appellant was vanaf 1 januari 2002 in tijdelijke dienst en vanaf 1 augustus 2002 in vaste dienst als administratief medewerker in een I/D-baan. Op 22 april 2004 gaf appellant per e-mail aan zijn baan te willen beëindigen. De stichting verleende hem ontslag per 1 mei 2004. Appellant maakte bezwaar tegen dit ontslag, maar de stichting nam niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn een beslissing op het bezwaar.
Appellant stelde op 25 oktober 2005 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens onredelijk late indiening. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant en zijn gemachtigde al op 4 oktober 2004 hadden kunnen begrijpen dat er niet meer op het bezwaar zou worden beslist, zodat het beroep ruim een jaar later onredelijk laat was.
De Raad wees het verweer af dat appellant de civielrechtelijke weg mocht volgen vanwege onwetendheid over zijn ambtelijke aanstelling. Ook werd de stichting niet veroordeeld in de proceskosten van appellant. De uitspraak bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens overschrijding van de termijn volgens artikel 6:12, derde lid, van de Awb.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening.