ECLI:NL:CRVB:2007:BB1939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid ondanks rugklachten
Appellant, werkzaam als champignonplukker, viel uit wegens rugklachten en kreeg aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en een onafhankelijke deskundige werd geconcludeerd dat appellant per 29 september 2003 geschikt was voor zijn arbeid. Het UWV beëindigde daarop de uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Appellant voerde aan dat hij op die datum ongeschikt was, mede op basis van medische brieven en eigen verklaringen over zwaardere werkzaamheden. De Raad benoemde een onafhankelijke neuroloog die concludeerde dat er geen sprake was van radiculaire symptomen, maar slechts van lage rugklachten passend bij leeftijdsgebonden degeneratieve veranderingen.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat appellant in staat was zijn werk te verrichten. Er was geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de deskundige. De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank Maastricht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering per 29 september 2003 wegens geschiktheid voor de functie van champignonplukker.