ECLI:NL:CRVB:2007:BB1950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling zonder matiging maatregel
Betrokkene was sinds 2002 in dienst bij een kinderdagverblijf en verrichtte vanaf februari 2004 oppaswerkzaamheden op een particulier adres. Na melding van arbeidsongeschiktheid in mei 2004 heeft zij deze werkzaamheden voortgezet zonder haar werkgever te informeren. De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst, die per 1 september 2004 werd uitgesproken. Betrokkene vroeg vervolgens een ziektewetuitkering aan.
De uitkeringsinstantie stelde een benadelingshandeling vast en weigerde de uitkering volledig. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de maatregel van volledige weigering niet redelijk was gezien de financiële gevolgen voor betrokkene en matigde de maatregel wegens verminderde verwijtbaarheid.
De Raad in hoger beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. De Raad oordeelt dat de ernst van de gedraging en het ontbreken van informatie aan de werkgever de zwaarste maatregel rechtvaardigen en dat geen sprake is van verminderde verwijtbaarheid. De volledige weigering van de ziektewetuitkering wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de volledige weigering van de ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling.