ECLI:NL:CRVB:2007:BB2039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WAO-uitkering ondanks medische klachten appellant
Appellant ontving sinds maart 2003 een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in november 2003 stelde de verzekeringsarts beperkingen vast die zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Op basis hiervan selecteerde een arbeidsdeskundige passende functies en berekende een arbeidsongeschiktheid van circa 32%, waarop het UWV de uitkering per februari 2004 herzag.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn lichamelijke en psychische beperkingen onderschat waren, onder meer vanwege aangeboren afwijkingen, een chronisch whiplash-syndroom en psychische klachten. Diverse artsen ondersteunden zijn stellingen. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden echter de juistheid van de medische beoordeling en de geschiktheid van de geselecteerde functies.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef het medisch oordeel en de arbeidskundige beoordeling. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere conclusies. De Raad achtte de medische beperkingen voldoende gemotiveerd in de FML en de belasting van de geselecteerde functies passend binnen de belastbaarheid van appellant.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 8 augustus 2007.
Uitkomst: De herbeoordeling van de WAO-uitkering wordt bevestigd, waarbij de medische beperkingen en geschiktheid voor geselecteerde functies als juist zijn beoordeeld.