ECLI:NL:CRVB:2007:BB2070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid na beëindiging bemiddeling en salarisverlaging ambtenaar
Appellante was sinds november 2001 als beleidsadviseur C werkzaam bij de gemeente Rotterdam. Na conflicten en communicatieproblemen volgden functioneringsgesprekken met verbeterpunten. In 2003 werd zij bestraft wegens werkweigering en kreeg zij een ontslagvoornemen wegens ongeschiktheid. Een bemiddelingstraject werd gestart, waarbij zij haar rechtspositie en salaris zou behouden.
In 2004 werd de jaarlijkse salarisverhoging onthouden wegens onvoldoende functioneren. Het eerste bemiddelingstraject werd voortijdig beëindigd vanwege de houding van appellante, waarna het ontslagtraject werd hervat. Een tweede bemiddelingstraject werd toegekend maar later ingetrokken. De Raad oordeelde dat appellante belanghebbende was bij het tweede traject en dat het college haar bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het intrekken van dit traject ten onrechte had afgewezen.
Het ontslag werd gebaseerd op onvoldoende kwaliteiten op het gebied van samenwerking, communicatie, prioriteiten stellen en initiatief. De Raad bevestigde het ontslag en oordeelde dat het college terecht kon afzien van een beoordelingsgesprek. De salarisverlaging werd eveneens bevestigd. Tot slot werd het college veroordeeld in proceskosten ten gunste van appellante.
Uitkomst: Het ontslag wegens ongeschiktheid en het besluit tot salarisverlaging werden bevestigd, terwijl het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en vernietiging van het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar tegen intrekking bemiddelingstraject.