ECLI:NL:CRVB:2007:BB2186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ziekengeld wegens onduidelijke maatstaf arbeid
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens longklachten en meldde zich ziek tijdens een WW-uitkering vanwege verergerde klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts vast dat appellant per 21 februari 2005 hersteld was en beëindigde het ziekengeld. Appellant werkte na zijn WAO-beoordeling als schoonmaker, maar werd ontslagen wegens een arbeidsconflict.
De Raad overwoog dat de juiste maatstaf voor 'zijn arbeid' de laatstelijk feitelijk verrichte werkzaamheden zijn, tenzij de betrokkene na WAO-beoordeling niet werkte en alleen WAO-functies had. In dit geval was onduidelijk welke maatstaf het UWV had gehanteerd, mede doordat geen werkomschrijving van de schoonmakerfunctie aanwezig was.
Daarom oordeelde de Raad dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. De medische beoordeling werd niet inhoudelijk behandeld. Verzoek om vergoeding van behandelingskosten werd afgewezen vanwege te late indiening. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen.