ECLI:NL:CRVB:2007:BB2194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na medisch onderzoek en bezwaarprocedure
Appellante was werkzaam als medewerkster in een paprikakwekerij en ontving vanaf oktober 2003 een WW-uitkering. Zij meldde zich ziek in september 2004 met diverse klachten, waaronder spierpijn en ademhalingsproblemen. De verzekeringsarts constateerde geen beperkingen en achtte appellante per 11 oktober 2004 hersteld, wat leidde tot een besluit van het UWV om het ziekengeld stop te zetten.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de bezwaarverzekeringsarts bevestigde het oordeel na medisch onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het rapport van Instituut Psychosofia niet als medisch bewijs werd erkend omdat het niet door een reguliere arts was opgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten wel degelijk bestonden en verwees zij naar het rapport van Psychosofia. De Raad stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts alle klachten had onderzocht en het oordeel gemotiveerd had bevestigd. Het rapport van Psychosofia kon niet de kracht van reguliere medische bevindingen evenaren. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld aan appellante wegens geschiktheid voor arbeid vanaf 11 oktober 2004.