ECLI:NL:CRVB:2007:BB2303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- H.J. de Mooij
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag rolstoelauto met leefkilometervergoeding in kader Wvg bevestigd
Appellante, meervoudig gehandicapt en rolstoelafhankelijk, vroeg op 18 februari 2002 een vervoersvoorziening aan onder de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), waaronder een rolstoelauto met leefkilometervergoeding. Het College kende haar een vervoerspas voor collectief rolstoeltaxivervoer toe, maar wees de rolstoelauto af. Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank, handhaafde het College de afwijzing.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van de rolstoelauto ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij het collectief vervoer niet kon gebruiken vanwege lawaaihinder en spasmes. De Raad onderzocht het gebruik en constateerde dat appellante de rolstoeltaxipas sinds 1 augustus 2002 regelmatig gebruikte, met 78 ritten in 2005, vooral voor sportactiviteiten.
De vervoersmiddelen zijn aangepaste Mercedesbusjes met liften, geschikt voor rolstoelgebruikers. Ook het vervoer naar het dagactiviteitencentrum geschiedt met vergelijkbare bussen. De Raad concludeerde dat appellante in staat is het collectief vervoer te gebruiken en dat het advies van de neuroloog onvoldoende bewijs leverde voor ongeschiktheid. De afwijzing van de rolstoelauto is daarom terecht, en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een rolstoelauto met leefkilometervergoeding wordt afgewezen en de afwijzing wordt bevestigd.