ECLI:NL:CRVB:2007:BB2347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering langdurige fysiotherapie wegens ontbreken indicatie volgens Regeling paramedische hulp
Appellante, die blijvende bekkenproblemen heeft na een verkeersongeval en meerdere buikoperaties, verzocht VGZ om toestemming voor langdurige fysiotherapie. VGZ wees dit verzoek af omdat de aandoening niet voorkomt op de limitatieve lijst van aandoeningen in de Regeling paramedische hulp ziekenfondsverzekering en omdat de aanvraag niet was voorzien van een deugdelijke medische motivering.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar behandelend artsen langdurige fysiotherapie noodzakelijk achten. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, verwijzend naar het gesloten systeem van aanspraken in de Ziekenfondswet en de Regeling, waarin alleen aanspraak bestaat op fysiotherapie bij aandoeningen die expliciet in de Regeling zijn genoemd.
De Raad oordeelt dat het feit dat behandelend artsen de behandeling noodzakelijk achten, niet leidt tot aanspraak op vergoeding indien de aandoening niet op de limitatieve lijst staat. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van langdurige fysiotherapie bevestigd.