ECLI:NL:CRVB:2007:BB2355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toeslagaanvraag bij stamrechtuitkering en toepassing gelijkheidsbeginsel
Appellant ontving bij zijn uitdiensttreding een eenmalige uitkering die werd omgezet in een stamrechtuitkering. Hij vroeg een toeslag aan krachtens de Toeslagenwet, maar het UWV wees dit af. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een andere grondslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De rechtbank oordeelde dat de stamrechtuitkering als inkomen in verband met arbeid geldt, waardoor appellant geen toeslag krijgt.
Appellant ging in hoger beroep tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en voerde aan dat het niet uitmaakt of de ontslagvergoeding ineens of als stamrecht wordt uitbetaald. Tevens beriep hij zich op het gelijkheidsbeginsel omdat collega’s wel een toeslag ontvingen. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin stamrechtuitkeringen als inkomen worden aangemerkt en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel vanwege onvoldoende onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Hiermee werd het bezwaar van appellant afgewezen en de afwijzing van de toeslag gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat stamrechtuitkeringen als inkomen uit arbeid gelden, waardoor appellant geen toeslag ontvangt.