ECLI:NL:CRVB:2007:BB2357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door niet naleven verzuimregels
Appellante was werkzaam bij een werkgever en kreeg toestemming voor vakantie van 12 juli 2004 voor drie weken. Op de dag dat zij haar werk zou hervatten, 2 augustus 2004, meldde zij zich telefonisch en per fax ziek vanuit Marokko, maar niet volgens het verzuimreglement. De bedrijfsarts verklaarde op 9 september 2004 dat appellante ondanks haar klachten had kunnen terugreizen. De werkgever verzocht daarop ontbinding van de arbeidsovereenkomst, welke op 1 november 2004 werd uitgesproken.
Appellante vroeg per 1 november 2004 een WW-uitkering aan, die het Uwv blijvend geheel weigerde wegens verwijtbare werkloosheid conform artikel 24 WW Pro. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond, omdat zij zich niet aan de verzuimregels had gehouden en geen medische gegevens had overgelegd die haar onvermogen tot reizen ondersteunden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellante op het aanvraagformulier 'ziekmelding' als reden voor ontslag invulde en dat ook medische gegevens uit Marokko geen bewijs leverden van haar onvermogen tot reizen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door niet naleven van verzuimregels.