ECLI:NL:CRVB:2007:BB2398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na legionellabesmetting
Appellant was sinds mei 2003 werkzaam als zwembadmedewerker bij een werkgever. Na constatering van een legionellabesmetting ontstond onenigheid over de uitvoering van werkzaamheden. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden op verzoek van de werkgever. Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die het UWV bij besluit weigerde vanwege verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef het standpunt van het UWV dat appellant zich niet aan de voorschriften had gehouden en daardoor de arbeidsverhouding verstoord had. Appellant stelde zich op het standpunt dat hij terecht handelde uit oogpunt van veiligheid en dat de werkgever hem onterecht verwijtbaar hield.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit wegens onvoldoende zorgvuldigheid in de voorbereiding. Na nader onderzoek concludeerde de Raad dat appellant zich niet aan de voorschriften hield en dat de verstoring van de arbeidsverhouding aan hem te wijten is. De Raad bevestigde de blijvende weigering van de WW-uitkering en veroordeelde het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.