ECLI:NL:CRVB:2007:BB2536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens buitenproportioneel geweld en ernstig plichtsverzuim door politieagent bevestigd
Betrokkene was sinds 2001 als agent werkzaam bij de politieregio en werd beschuldigd van het toepassen van buitensporig geweld tijdens de arrestatie en insluiting van een arrestant in juni 2003. Dit geweld bestond onder meer uit stoten in de politieauto, het slepen van de arrestant en het geven van een schop tegen het hoofd of de nek. Daarnaast werd hem plichtsverzuim verweten wegens het niet correct melden van het toegepaste geweld en het niet melden van verwondingen bij de arrestant.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit tot ontslag vernietigd, omdat het plichtsverzuim weliswaar ernstig was, maar het ontslag als straf buitenproportioneel werd geacht. De korpsbeheerder stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het buitenproportionele geweld en het ernstige plichtsverzuim voldoende waren vastgesteld en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de integriteitseisen binnen het politiekorps.
De Raad verwierp het verweer van betrokkene dat het geweld gerechtvaardigd was vanwege veiligheidsrisico’s en stelde dat er minder gewelddadige alternatieven mogelijk waren. Ook het niet melden van het geweld aan de hulpofficier van justitie werd niet overtuigend bewezen. Het beroep van de korpsbeheerder werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van de politieagent wegens buitenproportioneel geweld en ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.