ECLI:NL:CRVB:2007:BB2603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV herzag deze uitkering naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant lijdt aan een ernstige vorm van neurofibromatose met diverse lichamelijke en psychische klachten.
De Raad beoordeelde de medische gegevens en concludeerde dat de belastbaarheid van appellant niet was overschat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Wel was de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit ontoereikend, omdat één van de drie functies waarop de schatting was gebaseerd te belastend was voor appellant. De Raad liet andere medische klachten en argumenten van appellant buiten beschouwing wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en tevens te beslissen over vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.