ECLI:NL:CRVB:2007:BB2684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-uitkering en oplegging boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellant verhuisde in maart 2002 van België naar Nederland en gaf een adres op waar hij samen met zijn broer woonde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag daarop de AOW-uitkering van appellant van een ongehuwd pensioen naar een pensioen voor iemand die een gezamenlijke huishouding voert. Tevens legde de Svb een boete op wegens het niet binnen vier weken melden van deze wijziging.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd door de rechtbank ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat onbekendheid met de regels geen reden is voor termijnoverschrijding en dat de Svb verplicht is tot terugvordering van te veel betaalde uitkeringen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn, wat hier niet het geval was.
De boete werd gehandhaafd omdat appellant niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan. In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe feiten aan. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het eerdere oordeel en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de AOW-uitkering en de boete worden bevestigd.