ECLI:NL:CRVB:2007:BB2768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim door misbruik functie als begeleider
Appellant, politieambtenaar sinds 1979, kreeg op 7 juni 2004 onvoorwaardelijk strafontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het aangaan van een seksuele relatie met een visueel gehandicapte vrouwelijke medewerker die hij begeleidde en mentor was, zonder dit te melden aan de dienstleiding.
De korpsbeheerder stelde dat appellant misbruik maakte van zijn positie ten opzichte van een kwetsbare en afhankelijke werkneemster. Daarnaast was er sprake van ongepast gedrag tegenover vrouwelijke collega's. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellant de grenzen van zijn functie had overschreden.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en wijst het verweer van appellant af dat sprake zou zijn van een gelijkwaardige relatie. De Raad benadrukt de kwetsbaarheid van de medewerkster en het belang van professionele afstand en melding bij de leiding. Het onvoorwaardelijk ontslag wordt niet als onevenredig beschouwd, ook niet gezien de lange staat van dienst van appellant.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk strafontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.