ECLI:NL:CRVB:2007:BB2778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf en overplaatsing wegens plichtsverzuim en uitlatingen over strafrechtelijk onderzoek
Appellant, werkzaam als analist bij de Centrale Inlichtingen Eenheid in een vertrouwensfunctie, werd op de hoogte gebracht van het strafrechtelijk onderzoek tegen zijn collega C. Hij deed uitlatingen over dit onderzoek tijdens bezoeken en telefoongesprekken met mevrouw C, wat leidde tot een disciplinair onderzoek en de oplegging van een straf van salarisvermindering en overplaatsing naar een niet-vertrouwensfunctie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregelen ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelt dat appellant zich onjuist heeft gedragen door verder te gaan dan het bieden van morele steun, waardoor de integriteit van de politieregio in diskrediet werd gebracht. De opgelegde straf wordt niet als onevenredig beschouwd.
Appellant voerde aan dat de korpsbeheerder niet bevoegd was om tapverslagen uit het strafrechtelijk onderzoek te gebruiken en dat zijn privacy was geschonden. De Raad verwierp deze grieven, stellende dat het gebruik van bewijsmiddelen alleen ontoelaatbaar is als zij op een onrechtmatige wijze zijn verkregen, hetgeen hier niet het geval was.
Ook andere klachten over onzorgvuldigheden in het disciplinair onderzoek en over de overplaatsing werden verworpen. De Raad achtte de overplaatsing naar een algemene recherchefunctie gerechtvaardigd vanwege het verlies van het vereiste vertrouwen voor de vertrouwensfunctie bij de CIE. Het feit dat de nieuwe functie minder bevredigend is, is onvoldoende reden om de maatregel onrechtmatig te achten.
Uitkomst: De disciplinaire straf en overplaatsing van appellant worden bevestigd wegens plichtsverzuim en onrechtmatige uitlatingen over een strafrechtelijk onderzoek.