ECLI:NL:CRVB:2006:AW1847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim belastingambtenaar
Appellant, werkzaam bij het Ministerie van Financiën sinds 1976, werd geschorst en vervolgens onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het niet melden van bankrekeningen bij de Kredietbank Luxemburg (KB Lux) en de daarop genoten rente in zijn belastingaangiften over 1994.
De Raad oordeelde dat de Staatssecretaris voldoende bewijs had geleverd dat appellant daadwerkelijk over deze rekeningen beschikte. De authenticiteit van de microfiches als bewijs werd bevestigd, evenals de juiste identificatie van appellant als rekeninghouder. De stelling van appellant dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, werd verworpen omdat in het ambtenarentuchtrecht ruimere maatstaven gelden dan in het strafrecht.
De Raad achtte het gedrag van appellant ernstig, niet alleen vanwege het fiscale verzuim maar ook vanwege de impact op de geloofwaardigheid en het vertrouwen in de Belastingdienst. De opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag werd als proportioneel en niet onevenredig beoordeeld, ondanks de persoonlijke omstandigheden van appellant. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.