ECLI:NL:CRVB:2007:BB3196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schulden aan nutsbedrijven en zorgverzekeraar
Appellante ontving vanaf juni 2005 bijstand en vroeg in september 2005 bijzondere bijstand aan voor haar schulden aan NUON, woningbouwvereniging Standvast en haar ziektekostenverzekeraar CZ. Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen wees deze aanvraag af omdat geen zeer dringende redenen aanwezig waren om af te wijken van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond en stelde dat artikel 13 WWB Pro een beletsel vormt voor bijzondere bijstand bij ontstane schulden, tenzij zeer dringende redenen dit rechtvaardigen. Appellante voerde gemotiveerd verweer tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bevoegdheid tot afwijking niet op artikel 16 WWB Pro berust, maar op artikel 49 WWB Pro, waarin voorwaarden voor bijzondere bijstand bij schulden zijn opgenomen. Omdat appellante geen zeer dringende redenen kon aantonen, werd het College terecht niet bevoegd geacht bijzondere bijstand te verlenen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt met verbeterde motivering bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.