ECLI:NL:CRVB:2007:BB3223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering na uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, die in 1990 naar Marokko terugkeerde, vroeg in 1999 zijn rechten op een arbeidsongeschiktheidsuitkering na. Het UWV liet hem medisch onderzoeken in Marokko en Nederland. De verzekeringsarts concludeerde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair op 15 november 1990 moest worden vastgesteld met lichte psychische beperkingen. Een arbeidsdeskundige stelde dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en geschikte functies kon vervullen.
Het UWV wees de uitkering per 14 november 1991 af, wat door de rechtbank werd bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat er discrepanties waren tussen Marokkaanse en Nederlandse medische rapporten en dat het onderzoek onzorgvuldig was. Tevens betwistte hij de geschiktheid van de functies.
De Raad oordeelde dat het nadeel van het late aanvragen van de uitkering voor rekening van appellant komt en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. De verklaringen van de Marokkaanse artsen, waaronder een KNO-arts, waren niet doorslaggevend. Ook de arbeidskundige grieven konden niet leiden tot een ander oordeel, mede gezien het tijdsverloop en het opleidingsniveau van de functies.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees de WAO-uitkering af. Er waren geen gronden om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering aan appellant.