ECLI:NL:CRVB:2007:BB3224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken alimentatieverplichting na echtscheiding
Appellante, voormalig echtgenote van de overledene, vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden om als nabestaande te worden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat het huwelijk tussen appellante en de overledene in 2002 was ontbonden door echtscheiding en dat er geen gezamenlijke huishouding meer bestond. Cruciaal was dat de overledene niet verplicht was alimentatie te betalen aan appellante, noch krachtens een rechterlijke uitspraak noch op basis van een overeenkomst vastgelegd in een notariële akte of vergelijkbaar document.
Appellante voerde aan dat haar huwelijk niet ontbonden was en dat zij recht had op de uitkering, maar de rechtbank ging uit van de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie. Ook haar stelling dat zij na de echtscheiding door de overledene werd onderhouden, werd verworpen omdat dit niet was vastgelegd volgens de wettelijke vereisten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en verwierp het hoger beroep, waarmee de weigering van de nabestaandenuitkering definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.