ECLI:NL:CRVB:2007:BB3548

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6604 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945Art. 20 Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945Art. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding sportschoolkosten voor oorlogsgetroffene wegens gebrek aan medische noodzaak

Appellante, een oorlogsgetroffene geboren in 1950, heeft een vervolgaanvraag ingediend voor vergoeding van de kosten van lidmaatschap van een sportschool. Deze voorziening werd voorgeschreven door haar huisarts en psychotherapeut als sporttherapie ter bestrijding van vereenzaming, depressie en ter opbouw van weerbaarheid.

De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat sporten geen gangbare medische behandeling is en in de sportschool geen medische behandeling door gekwalificeerd personeel plaatsvindt. De Raad oordeelde dat deze zienswijze niet in strijd is met een redelijke uitleg van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.

Hoewel de sportactiviteiten door artsen werden aanbevolen en een heilzaam effect hadden, kwalificeert dit niet als een medische behandeling die noodzakelijk is in het kader van de Wet. Er was geen grond voor vernietiging van het besluit en ook geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep van de oorlogsgetroffene wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor sportschoolkosten wordt afgewezen wegens gebrek aan medische noodzaak.

Uitspraak

06/6604 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], (hierna: appellante)
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 30 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante is beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 16 november 2006, kenmerk JZ/Y70/2006 (hierna: bestreden besluit), genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2007. Appellante is daar in persoon verschenen, bijgestaan door mr. A. Bierenbroodspot, advocaat te Amsterdam, terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
Blijkens de gedingstukken is appellante, geboren in 1950, met toepassing van artikel 3, tweede lid (oud), van de Wet gelijkgesteld met de vervolgde. Hierbij is aanvaard dat de psychische klachten van appellante in overwegende mate verband houden met de bij haar vader door de vervolging ontstane ziekten of gebreken.
In april 2006 heeft appellante bij verweerster een vervolgaanvraag ingediend om toekenning van een vergoeding van de kosten van lidmaatschap van een sportschool. Appellante heeft hierbij aangegeven dat zij deze voorziening - naar is voorgeschreven door haar huisarts en haar psychotherapeut - bij wijze van sporttherapie nodig heeft om vereenzaming tegen te gaan, tegen haar depressie en om meer weerbaarheid op te bouwen.
Verweerster heeft die aanvraag afgewezen bij besluit van 24 mei 2006, zoals na daartegen gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, op de grond dat de gevraagde voorziening in verband met de psychische klachten van appellante niet medisch nood-zakelijk is. Hierbij is overwogen dat sporten geen gangbare behandeling is van psychische klachten en dat in een sportschool ook geen sprake is van een medische behandeling door medisch gekwalificeerd personeel.
De Raad acht deze, aan medisch advies van haar geneeskundig adviseurs ontleende, zienswijze van verweerster niet in strijd met een redelijke uitleg en toepassing van artikel 20 van Pro de Wet. Vaststaat dat het bij de onderhavige deelname aan sportactiviteiten in een sportschool niet gaat om een medische behandeling, noch om activiteiten die met een medische behandeling noodzakelijkerwijs direct verband houden. Dat die activiteiten door de appellante behandelend artsen zijn aangeraden en appellante ook, zoals in beroep onder verwijzing naar brieven van de psychiater J.H. Bent is aangevoerd, van die activiteiten en het effect daarvan op gezette tijden verslag doet aan haar psychotherapeut, leidt niet tot een ander oordeel. Dit geldt ook voor de namens appellante nog naar voren gebrachte algemene notie dat sportactiviteiten een heilzaam effect kunnen hebben op psychische klachten, en de omstandigheid dat een zodanig effect naar mededeling van appellante in haar geval ook daadwerkelijk is opgetreden.
Gezien het vorenstaande bestaat voor vernietiging van het bestreden besluit geen grond.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en
C.G. Kasdorp als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2007.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) J.P. Schieveen.
HD
30.07