ECLI:NL:CRVB:2007:BB3744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering schadevergoeding na vernietiging UWV-besluiten over ziekengeld en uitkeringen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen die het bezwaar tegen het UWV-besluit van 6 maart 2003 ongegrond verklaarde. Dit besluit betrof de weigering tot vergoeding van diverse schadeposten die appellant stelde te hebben geleden als gevolg van eerder vernietigde besluiten van het UWV over het weigeren van ziekengeld en uitkeringen op grond van de AAW en WAO.
De rechtbank oordeelde dat de gestelde inkomensschade niet aan de vernietigde besluiten kon worden toegerekend, aangezien alsnog ziekengeld en uitkeringen waren toegekend met wettelijke rente. Ook andere schadeposten zoals tandartskosten, premie- en belastingschade, reiskosten en immateriële schade werden afgewezen wegens onvoldoende causaliteit of bewijs.
De Raad onderschrijft deze overwegingen en voegt toe dat ook kosten in verband met opgenomen vrije dagen niet aan de besluiten kunnen worden toegerekend. Daarnaast benadrukt de Raad dat voor vergoeding van premie- en belastingschade bewijsstukken noodzakelijk zijn, waaronder een beslissing van de belastingdienst.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van schadevergoeding door het UWV bevestigd.