ECLI:NL:CRVB:2007:BB3748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.F. Bandringa
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Herroeping en vernietiging besluit over WW-uitkering wegens onjuiste feitelijke grondslag
Appellant ontving vanaf 1 december 2003 een WW-uitkering, die later werd voortgezet na een periode van Ziektewet. Het UWV stuurde op 19 juli 2005 een brief waarin werd medegedeeld dat appellant geen recht had op de WW-uitkering vanaf 1 januari 2004 vanwege werkzaamheden van 25 uur per week, zonder dit te melden. Het bezwaar van appellant tegen deze brief werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief niet als besluit werd gezien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de brief slechts een aankondiging was, geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant stelde in hoger beroep dat de brief wel een besluit was omdat het rechtsgevolgen had, namelijk het beëindigen van de uitbetaling.
De Raad oordeelt dat de brief wel degelijk een besluit is omdat het de bestaande rechtsverhouding wijzigt en de uitbetaling beëindigt. Het bezwaar had dus ontvankelijk moeten worden verklaard. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het besluit van 19 juli 2005 herroepen omdat het op een onjuiste feitelijke grondslag berust. Het UWV heeft een nieuw besluit genomen per 17 augustus 2006, maar heeft nog niet op het bezwaar van appellant tegen dit besluit beslist. De Raad verwijst de zaak terug naar het UWV om alsnog op het bezwaar te beslissen.
Tot slot veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant, begroot op €1.932,-- en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 22 augustus 2007.
Uitkomst: De Raad vernietigt het bestreden besluit, herroept het besluit van 19 juli 2005 en verwijst de zaak terug naar het UWV voor een nieuwe beslissing op bezwaar.