ECLI:NL:CRVB:2007:BB3749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- H. Bolt
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens andere oorzaak toename arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht het UWV om herziening van zijn WAO-uitkering wegens toegenomen klachten aan nek, rug, schouder, elleboog en voet. Het UWV weigerde dit op grond van artikel 37 WAO Pro, omdat de toename kennelijk uit een andere oorzaak voortkomt dan de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met alle klachten en dat er een verband bestond via de één-bewegingsketen-gedachte, waarbij ook psychische klachten zouden samenhangen met het oorspronkelijke ongeluk. De Raad oordeelde dat de toename van klachten na 1 september 1985 niet verzekerd is, omdat de oorspronkelijke uitkering toen was herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid en de klachten van nek en psychische aard niet als oorzaak voor de oorspronkelijke uitkering waren erkend.
De Raad vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en verwierp het beroep, bevestigde de eerdere uitspraak en wees op de wettelijke systematiek van artikel 37 WAO Pro die een uitzondering vormt op het principe van één uitkering ongeacht oorzaak. De toename van arbeidsongeschiktheid moet voortkomen uit dezelfde oorzaak als de oorspronkelijke uitkering om tot herziening te leiden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering omdat de toename van arbeidsongeschiktheid voortkomt uit een andere oorzaak dan de oorspronkelijke uitkering.