ECLI:NL:CRVB:2007:BB4160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding in zorgindicatiezaak
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) over haar zorgindicatie. Na afwijzing van het bezwaar stelde haar zoon namens haar beroep in, maar dit beroep werd door de rechtbank Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Appellante stelde hiertegen verzet in, dat door de rechtbank werd toegewezen, waarna de rechtbank alsnog oordeelde dat het beroep niet tijdig was ingediend en niet ontvankelijk was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de feitelijke vaststellingen en het oordeel van de rechtbank over de niet-ontvankelijkheid van het beroep. De Raad overwoog dat de beroepstermijn correct was vastgesteld en dat er geen sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding. Ook het argument dat het beroep zou zijn ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd verworpen.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door R.M. van Male, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de eerdere uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.