ECLI:NL:CRVB:2007:BB4563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en geschiktheid functies
Appellante stelde hoger beroep in tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij zij aanvoerde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en haar belastbaarheid was overschat. Het UWV had het oorspronkelijke besluit aangepast en een nieuw besluit genomen, waarop het hoger beroep mede betrekking had.
De Raad oordeelde dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk moest worden verklaard, omdat het gewijzigde besluit de eerdere standpunten verving en alle relevante gronden daarin aan de orde konden komen. De Raad zag geen aanleiding tot benoeming van een onafhankelijke deskundige, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat dit noodzakelijk was.
Met betrekking tot het nieuwe besluit was de Raad van oordeel dat het UWV voldoende had gemotiveerd waarom appellante geschikt werd geacht voor bepaalde functies en dat de berekening van het maatmaninkomen adequaat was toegelicht. De Raad onderschreef de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige en verwierp de klachten over onzorgvuldig onderzoek.
Uiteindelijk verklaarde de Raad het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond, bevestigde de herziening van de WAO-uitkering en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Hoger beroep tegen eerste besluit niet-ontvankelijk; beroep tegen gewijzigd besluit ongegrond verklaard en herziening WAO-uitkering bevestigd.