ECLI:NL:CRVB:2007:BB4565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid praktijkleraar
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 24 juli 2003 in te trekken, omdat hij volgens medisch onderzoek niet langer ongeschikt was om zijn eigen werk als praktijkleraar te verrichten.
De rechtbank Amsterdam had het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij de medische rapporten van bezwaarverzekeringsartsen en de arbeidsdeskundige onderschreef. Deze rapporten stelden dat appellant beperkt is tot fysiek niet te zware arbeid zonder langdurige of extreme houdingen van de lage rug gedurende de dag.
Appellant voerde aan dat hij leed aan de ziekte van Bechterew in een gevorderd stadium en dat hij vanwege vermoeidheid slechts de helft van de arbeidstijd zou kunnen werken. De Raad oordeelde echter dat de medische beoordelingen van de bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig waren en dat er onvoldoende bewijs was voor een urenbeperking.
Verder concludeerde de Raad dat het UWV voldoende had gemotiveerd waarom appellant in staat werd geacht zijn werkzaamheden te verrichten, mede op basis van een arbeidsdeskundig werkplekonderzoek. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt is voor zijn functie.