ECLI:NL:CRVB:2007:BB4566

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6520 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van uitspraak inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering WAO-uitkering

Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV tot terugvordering van een bedrag van € 12.836,50 aan ten onrechte ontvangen WAO-uitkering over 1998. Dit bezwaar werd op 3 februari 2005 niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn van vier weken waren ingediend.

De rechtbank Zwolle-Lelystad verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep heeft appellant alleen inhoudelijke argumenten tegen de terugvordering aangevoerd, zonder in te gaan op het oordeel over de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. De Centrale Raad van Beroep oordeelde daarom dat geen gronden waren ingediend tegen het oordeel over het bestreden besluit en kwam niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.

De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 september 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitspraak

05/6520 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 4 november 2005, 05/380 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 28 september 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft J. Kamps AA, werkzaam bij Kamps Accountants B.V. te Amersfoort, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2007. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door R.G. van ’t Oor.
II. OVERWEGINGEN
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 november 2004, waarbij het Uwv een bedrag van € 12.836,50 als over 1998 ten onrechte aan hem verstrekte
WAO-uitkering van hem heeft teruggevorderd.
Bij besluit van 3 februari 2005 (bestreden besluit) is het bezwaar (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet binnen de gestelde termijn van vier weken de gronden van bezwaar zijn ingediend.
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellant slechts inhoudelijke argumenten tegen de terugvordering aangevoerd.
De Raad is van oordeel dat in hoger beroep geen gronden zijn ingediend tegen het in de aangevallen uitspraak gegeven oordeel over het bestreden besluit. Aan een inhoudelijke beoordeling van dat besluit komt de Raad dan ook niet toe.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en R.C. Stam en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 september 2007.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.
MK