ECLI:NL:CRVB:2007:BB4594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting WAO-uitkering wegens wisselende verdiensten en onderbreking anti-cumulatieperiode
Appellante maakte bezwaar tegen de toepassing van artikel 44 van Pro de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), waarbij haar uitkering werd gekort vanwege wisselende verdiensten en een maatmanomvang van 20 uur per week werd gehanteerd in plaats van de eerder vastgestelde 65 uur per week.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep constateerde dat het Uwv het standpunt uit het eerste besluit had gewijzigd met een tweede besluit, waardoor het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep tegen het tweede besluit werd echter ongegrond verklaard omdat geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond op de eerdere maatmanomvang.
De Raad oordeelde tevens dat de onderbreking van de anti-cumulatieperiode conform artikel 44 lid 2 WAO Pro correct was toegepast, mede gelet op de periode van arbeidsongeschiktheid van appellante na een val. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond; het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten.