ECLI:NL:CRVB:2007:BB4654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd bevonden na afloop van de wachttijd. De rechtbank Almelo vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zijn belastbaarheid niet was overschat en dat het besluit op medische gronden vernietigd had moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad achtte de beschikbare medische gegevens in het dossier voldoende om tot een verantwoord oordeel te komen en kende aan de niet-medisch onderbouwde mening van appellant geen gewicht toe. De bezwaararbeidsdeskundige had bovendien een nadere toelichting gegeven die de schatting van de belastbaarheid bevestigde.
De Raad concludeerde dat er geen gronden waren om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Daarmee blijft het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.