ECLI:NL:CRVB:2007:BB4734
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstand wegens vermeend verzwegen vermogen
Verzoekster ontving sinds 1986 algemene bijstand, laatstelijk op grond van de WWB. Het College trok de bijstand per 1 september 2005 in vanwege een gezamenlijke huishouding en een vermoeden van overschrijding van de vermogensgrens na een huisbezoek. Na bezwaar en beroep werd het besluit vernietigd en moest het College een nieuw besluit nemen. Bij het nieuwe besluit werd het bezwaar ongegrond verklaard, ditmaal vanwege het niet verstrekken van inlichtingen over het vermogen.
Verzoekster stelde dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het College bevoegd was om nadere inlichtingen te vragen en dat verzoekster deze weigerde te verstrekken. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij recht had op bijstand.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de kans groot is dat in de bodemprocedure het besluit in stand zal blijven en zag geen reden om het College te verplichten bijstand als voorschot te verlenen. Ook werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder zitting.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding wordt afgewezen; geen voorschot bijstand.