ECLI:NL:CRVB:2007:BB4821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft herhaaldelijk verzocht om toekenning van een WAO-uitkering, nadat de rechtsvoorganger van het UWV in 1997 en 1998 had besloten deze niet toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Diverse medische onderzoeken, waaronder die van verzekeringsarts Staps, concludeerden dat appellant beperkingen had, maar nog in staat was tot bepaalde werkzaamheden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten in 1998 medisch objectief waren en dat hij leed aan de ziekte van Crohn en longklachten die destijds niet waren meegenomen. Hij overlegde nieuwe medische stukken. De Raad oordeelde echter dat deze stukken niet nieuw waren of niet relevant voor de situatie in 1998, en dat de eerdere medische beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd.
De Raad benadrukte dat het verzoek om terug te komen van een eerder besluit alleen gehonoreerd kan worden bij nieuwe feiten of omstandigheden. Omdat appellant deze niet aannemelijk heeft gemaakt, bevestigde de Raad het eerdere besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.