ECLI:NL:CRVB:2007:BB4926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij AOW-korting
Appellant kreeg een ouderdomspensioen en toeslag toegekend met een korting vanwege niet-verzekerde perioden. Hij diende bezwaar in tegen de korting op de toeslag, maar dit gebeurde ruim na de wettelijke termijn van zes weken. De Sociale verzekeringsbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de Sociale verzekeringsbank geen juiste vergelijking had gemaakt van niet-verzekerde perioden en dat hij op antwoord van het ABP had gewacht. De Raad overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat appellant onvoldoende maatregelen had getroffen tijdens zijn vakantie om tijdig bezwaar te maken.
De Raad volgde de vaste jurisprudentie dat afwezigheid geen reden is voor verschoonbaarheid zonder adequate maatregelen. Het wachten op het ABP-antwoord leidde ook niet tot een ander oordeel. De inhoudelijke grieven werden niet inhoudelijk beoordeeld omdat het bezwaar niet ontvankelijk was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de korting op het AOW-pensioen is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.