ECLI:NL:CRVB:2007:BB5002
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening PGB na wijziging vaststelling door zorgverzekeraar
Verzoekster, houdster van een indicatie voor verblijf in een verpleeghuis, wenst zorg in haar eigen woning en ontvangt sinds 2004 een persoonsgebonden budget (PGB) van €250,- per dag van zorgverzekeraar Agis. Na een besluit van Agis van 22 september 2006 werd het PGB voor 2006 vastgesteld op €250,- als overgangsregeling, terwijl de wettelijke hoogte €183,45 zou bedragen. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening om het hogere bedrag te handhaven.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam had bij voorlopige voorziening bepaald dat Agis het PGB van €250,- moest blijven verstrekken tot 1 januari 2007. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van Agis ongegrond. Verzoekster vroeg vervolgens aan de Centrale Raad van Beroep om een voorlopige voorziening die Agis zou verplichten het hogere PGB vanaf de datum van de uitspraak van de rechtbank te blijven verstrekken.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat Agis het PGB van €250,- ook na de uitspraak van de rechtbank blijft verstrekken totdat een verpleeghuisplaats beschikbaar is, wat naar verwachting minstens drie maanden zal duren. Gezien deze situatie en het feit dat de hoofdzaak op 28 november 2007 zal worden behandeld, is er geen spoedeisend belang meer voor de voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor het handhaven van het hogere PGB wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.