ECLI:NL:CRVB:2007:BB5126
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Stopzetting vergoeding huishoudelijke hulp door inwonende dochter onterecht
Appellante, erkend als burger-oorlogsslachtoffer, kreeg een vergoeding voor huishoudelijke hulp toegekend. De Pensioen- en Uitkeringsraad verlaagde deze vergoeding en zette deze later geheel stop omdat de hulp werd verleend door de inwonende dochter, die volgens beleid niet in aanmerking komt voor vergoeding als gezinslid.
De Raad oordeelt dat de dochter van appellante, ondanks het feit dat zij een eigen gezin heeft en een eigen gedeelte van de woning bewoont, niet als gezinslid van appellante kan worden beschouwd. Het delen van een voordeur en enkele voorzieningen is onvoldoende om van één huishouding te spreken.
Daarom zijn de bestreden besluiten ondeugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad vernietigt de besluiten, bepaalt dat nieuwe besluiten worden genomen en veroordeelt de Pensioen- en Uitkeringsraad in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De bestreden besluiten tot verlaging en stopzetting van de vergoeding huishoudelijke hulp worden vernietigd en verweerster wordt veroordeeld tot het nemen van nieuwe besluiten.