ECLI:NL:CRVB:2007:BB5141

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2768 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 17 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Raad van 2 november 2006, waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet voldoen van het griffierecht. Dit verzet is behandeld op 16 augustus 2007, waarbij appellant niet is verschenen. Verweerster werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.

De Raad overweegt dat het niet kunnen lezen en schrijven van appellant en zijn gezinsleden geen grond is om het griffierecht niet te voldoen. Appellant had tijdig een rechtsbijstandverlener moeten inschakelen indien hij daartoe niet in staat was. Aangezien appellant onvoldoende gronden heeft aangevoerd, wordt het verzet ongegrond verklaard.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 september 2007.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen van griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

06/2768 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in verband met het geding tussen:
[appellant], (hierna: appellant)
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 27 september 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet van 2 november 2006 heeft de Raad het beroep van appellant tegen het besluit van verweerder van 31 maart 2006, kenmerk JZ/T60/2006, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 2 november 2006 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 16 augustus 2007, waar appellant, zoals tevoren is aangekondigd, niet is verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door de heer mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
Bij de uitspraak van de Raad van 2 november 2006 is het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is voldaan.
De Raad is van oordeel dat appellant in het verzetschrift onvoldoende gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden.
In verzet is namens appellant aangegeven dat hij evenals zijn gezinsleden, niet kan lezen en schrijven en afhankelijk is van anderen.
Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen vormt de omstandigheid dat degene die in beroep is gekomen niet kan lezen of schrijven geen grond om het griffierecht niet of niet tijdig te voldoen. De Raad overweegt daartoe dat men zich in dat geval tijdig tot een (rechts)hulpverlener had dienen te wenden. De Raad is niet gebleken dat appellant daartoe niet in staat is geweest.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en C.G. Kasdorp als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 september 2007.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) J.P. Schieveen
HD
25.09