ECLI:NL:CRVB:2007:BB5148

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4289 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvulling op FPU-uitkering op grond van Non-activiteitsregeling

Appellant maakte sinds 1 januari 2000 gebruik van de Non-activiteitsregeling en ontving tot zijn 61e laatstgenoten bezoldiging. Daarna maakte hij gebruik van de FPU- en FPU-plusregelingen, waardoor hij een uitkering van 86% van zijn laatstgenoten bezoldiging ontving. Appellant verzocht het college om een aanvullende uitkering omdat zijn FPU-uitkering lager zou zijn dan de 75% die in de Non-activiteitsregeling is gegarandeerd.

Het college wees dit verzoek af, stellende dat de aanvullende uitkering niet geldt indien de FPU-plusregeling een hogere uitkering biedt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de regeling geen recht geeft op een vaste suppletie van 5% bovenop de FPU-uitkering.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat de tekst van de Non-activiteitsregeling slechts een garantie inhoudt dat de uitkering minimaal 75% van de laatstgenoten bezoldiging bedraagt. Aangezien appellant reeds 86% ontvangt, kan hij geen aanspraak maken op een extra aanvulling. De Raad wijst ook een vergoeding van proceskosten af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanvullende uitkering ontvangt omdat zijn FPU-plusuitkering hoger is dan de garantiebepaling van 75%.

Uitspraak

06/4289 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 13 juni 2006, 05/5083 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk (hierna: college)
Datum uitspraak: 27 september 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2007. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. J. van Overdam, werkzaam bij de AbvaKabo FNV. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Schaap, advocaat te Zwolle, en K. Vos, medewerkster van de gemeente Nijkerk.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. Appellant heeft met ingang van 1 januari 2000 gebruik gemaakt van de Non-activiteitsregeling die is neergelegd in bijlage A van het Sociaal statuut herindeling gemeenten Hoevelaken / Nijkerk. Tot de leeftijd van 61 jaar heeft appellant zijn laatstgenoten bezoldiging behouden. Bij het bereiken van de leeftijd van 61 jaar heeft hij gebruik gemaakt van de zogenoemde FPU-regeling en de gemeentelijke FPU-plus-regeling. Ingevolge die regelingen genoot appellant een FPU-uitkering van (70 plus 16 =) 86% van zijn laatstgenoten bezoldiging.
1.2. Appellant heeft het college verzocht hem een aanvulling te verstrekken omdat zijn FPU-uitkering minder bedraagt dan 75% van zijn laatstgenoten bezoldiging, waarvan in de Non-activiteitsregeling sprake is. Hij heeft bij zijn aanvraag de uitkering ingevolge de FPU-plusregeling buiten beschouwing gelaten.
1.3. Het college heeft appellants aanvraag afgewezen. Het is van mening dat de aanvulling op de FPU-uitkering tot 75% van de laatstgenoten bezoldiging niet tot uitkering komt bij het recht op een hogere uitkering op grond van de FPU-plusregeling. Na bezwaar heeft het college zijn standpunt gehandhaafd bij het bestreden besluit van
26 oktober 2005.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat in onderdeel F van de Non-activiteitsregeling is bepaald dat de FPU-uitkering tot het bereiken van de leeftijd van 65 jaar wordt aangevuld tot 75% van de laatstgenoten bezoldiging en dat een redelijke interpretatie van deze bepaling meebrengt dat geen sprake is van toekenning van een vaste suppletie van 5%.
3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht, overweegt de Raad het volgende.
3.1. Hij kan zich geheel verenigen met de beslissing van de rechtbank en met de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd. Onderdeel F van de Non-activiteitsregeling spreekt enkel van het aanvullen van de FPU-uitkering tot 75% van de laatstgenoten bezoldiging. De bepaling houdt aldus de garantie in dat de betrokken ambtenaar in ieder geval aanspraak behoudt op een bedrag gelijk aan 75% van de laatstgenoten bezoldiging. De tekst van onderdeel F dwingt bepaald niet tot de uitleg dat sprake is van een aanspraak op een op zichzelf staande aanvulling van 5%. Ook de omstandigheid dat sprake is van naast elkaar staande regelingen, de Non-activiteitsregeling en de FPU-regelingen, leidt niet tot die door appellant bepleite uitkomst. Nu bij appellant sprake is van een FPU-uitkering van 86% van de laatstgenoten bezoldiging, kan hij aan de (garantie)bepaling van onderdeel F geen rechten ontlenen.
4. De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en A. Beuker-Tilstra en J.L.P.G. van Thiel als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van
M.J.H. van Baalen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 september 2007.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) M.J.H. van Baalen.
HD
20.09