ECLI:NL:CRVB:2007:BB5155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Niet-herplaatsbaarheid universitair docent na reorganisatie en opheffing functie
Betrokkene was universitair docent bij de Universiteit Twente op een afdeling die in 2004 werd opgeheven en vervangen door een nieuwe afdeling met andere functies. De functie van betrokkene werd per 1 maart 2004 opgeheven en hij werd niet herplaatst in een van de nieuwe functies. De rechtbank vernietigde het besluit van de universiteit omdat het herplaatsingsonderzoek niet voldeed aan het Sociaal Plan en onvoldoende was onderbouwd met geautoriseerde functiebeschrijvingen.
In hoger beroep trok de universiteit een grief in en richtte zich alleen nog op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat er sprake was van uitwisselbare functies. De Raad oordeelde dat de rechtbank geen bindend oordeel over uitwisselbaarheid had gegeven en dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk was.
Daarnaast beoordeelde de Raad het nieuwe besluit van 20 februari 2007 waarin de universiteit opnieuw de bezwaren van betrokkene ongegrond verklaarde. De Raad vond dat de universiteit op goede gronden had vastgesteld dat de functie van betrokkene niet was behouden binnen de nieuwe organisatie en dat de herplaatsingscommissie terecht had geoordeeld dat betrokkene niet passend was voor de nieuwe functies vanwege onvoldoende aansluiting bij opleiding en ervaring.
De Raad verwierp het verzoek van betrokkene om een onafhankelijk deskundigenonderzoek en stelde vast dat de reorganisatie gericht was op een andere invulling van het vakgebied. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard. Tot slot werd de universiteit veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond; appellant is veroordeeld in de proceskosten.