ECLI:NL:CRVB:2007:BB5181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WAO-uitkering wegens gebrekkige motivering en voorbereiding
Appellant, voormalig eindmonteur, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens psychische problematiek. Na diverse herbeoordelingen en medische onderzoeken werd de uitkering in 2004 beëindigd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het besluit van het UWV niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De verzekeringsarts had onvoldoende overleg gepleegd met de behandelend sector, terwijl de complexe psychiatrische voorgeschiedenis van appellant dit vereiste. Ook ontbrak een motivering voor het achterwege laten van een urenbeperking, ondanks eerdere aanwijzingen daarvoor.
De Raad vernietigde zowel het bestreden besluit als de uitspraak van de rechtbank en beval het UWV om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens gebrekkige voorbereiding en motivering; het UWV moet een nieuw besluit nemen.