ECLI:NL:CRVB:2007:BB5301
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij herhaald verzoek om herziening uitspraak WWB
Verzoeker heeft bij brief van 1 september 2007 verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Raad van 7 augustus 2007, waarin een eerder verzoek om herziening was afgewezen. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening vanwege financiële problemen door terugvordering van een IOAZ-uitkering.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam had het recht op IOAZ-uitkering ingetrokken en teruggevorderd omdat verzoeker en zijn echtgenote werkzaam waren in een vennootschap onder firma zonder dit te melden. Deze intrekking en terugvordering waren door eerdere uitspraken van de Raad bevestigd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is, omdat het niet aannemelijk is dat het herzieningsverzoek zal slagen. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening kan alleen worden gehonoreerd bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk op 8 oktober 2007.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening bij herhaald verzoek om herziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende nieuwe feiten.