ECLI:NL:CRVB:2007:BB5365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering na medische herbeoordeling
Appellant, voormalig zelfstandig horeca-ondernemer, ontving een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en een neuro-psychiatrisch onderzoek door prof. dr. E.J. Colon, werd geconcludeerd dat appellant geen psychiatrische stoornis had die zijn functioneren beïnvloedde. Op basis hiervan werd de uitkering ingetrokken.
Appellant maakte bezwaar en overwoog dat zijn functionele mogelijkheden waren overschat, mede vanwege een trauma uit zijn jeugd. De bezwaarverzekeringsarts en de rechtbank oordeelden echter dat er geen medische gronden waren om af te wijken van het oorspronkelijke oordeel. Ook de brief van de psychiater die appellant in hoger beroep aanvoerde, bood onvoldoende steun voor zijn stellingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering. De Raad acht het rapport van de neuro-psychiater als doorslaggevend en ziet geen reden voor nader medisch onderzoek of een ander oordeel.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische onderbouwing voor arbeidsongeschiktheid.