ECLI:NL:CRVB:2007:BB5402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- G. van der Wiel
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en gezamenlijke huishouding
Appellante had vanaf september 1998 bijstand ontvangen voor een zelfstandige woning, maar het College stelde na onderzoek vast dat zij haar hoofdverblijf niet in die woning had en feitelijk een gezamenlijke huishouding voerde met haar vriend. Dit werd bevestigd door onder meer een huisbezoek, verklaringen en het lage energie- en waterverbruik in de flat.
Het College trok daarop de bijstand met terugwerkende kracht in wegens schending van de inlichtingenverplichting en het niet melden van de gezamenlijke huishouding. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat er onvoldoende bewijs was voor gezamenlijke huishouding vanaf 1998, maar dat appellante toen niet haar hoofdverblijf had in de flat.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel dat appellante vanaf 1998 niet in de flat woonde en wel een gezamenlijke huishouding voerde met haar vriend. Ook oordeelde de Raad dat appellante haar inlichtingenverplichting niet was nagekomen, waardoor het College terecht de bijstand introk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.