ECLI:NL:CRVB:2007:BB5562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hersteldverklaring ondanks osteoporose en fractuurrisico bij aangepast werk
Appellant was werkzaam als bedieningsman van een pers/hakmachine en meldde zich ziek vanwege lage rugklachten met uitstraling naar het rechterbeen. Het UWV verklaarde hem per 27 december 2004 hersteld en beëindigde zijn ziekengeld. In bezwaar en beroep voerde appellant aan dat hij vanwege osteoporose en een ernstig fractuurrisico niet in staat was zijn aangepaste werkzaamheden te verrichten.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden echter dat appellant met aangepaste werkzaamheden, die voornamelijk zittend waren en weinig tillen vereisten, zijn werk kon uitvoeren. Ondanks verzoeken ontving de arts geen aanvullende essentiële informatie van de behandelend internist. De Raad oordeelde dat de beschikbare medische gegevens voldoende waren voor een zorgvuldig oordeel.
De Raad verwierp het betoog dat medicatie in strijd met richtlijnen het werk onmogelijk maakte en vond geen bewijs dat het fractuurrisico een beletsel vormde. Ook de veiligheidseisen en de feitelijke werkuitoefening ondanks het fractuurrisico spraken tegen ongeschiktheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant sinds 27 december 2004 niet meer ongeschikt is voor aangepast werk ondanks osteoporose en fractuurrisico.