ECLI:NL:CRVB:2007:BB5682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onzorgvuldige voorbereiding, bevestiging weigering ziekengeld
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich in juli 2001 ziek met diverse klachten. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten een gedeeltelijke WAO-uitkering vast, waarbij een verlies van verdiencapaciteit van circa 20% werd vastgesteld. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen en door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte medische informatie buiten beschouwing had gelaten. De Raad oordeelde dat het UWV de medische beperkingen niet onjuist had ingeschat, maar dat de voorbereiding en motivering van het besluit onvoldoende zorgvuldig waren, waardoor het besluit vernietigd werd. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand.
Ten aanzien van het ziekengeld oordeelde de Raad dat appellant niet ongeschikt was voor de functies die bij de WAO-beoordeling waren geselecteerd en dat de weigering van ziekengeld terecht was. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en bevestigde het eerdere besluit tot weigering van ziekengeld.
Uitkomst: Besluit tot toekenning WAO-uitkering vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding, rechtsgevolgen blijven in stand; weigering ziekengeld bevestigd.