ECLI:NL:CRVB:2007:BB5696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldige medische beoordeling en overschrijding redelijke termijn
Appellant, geboren in 1945 in Marokko, was sinds 1977 werkzaam in Nederland maar stopte in 1978 wegens ziekte. Hij ontving een WAO-uitkering die in 1984 werd geschorst vanwege vertrek naar Marokko zonder toestemming. In 2001 werd appellant medisch onderzocht in Marokko, waarbij de artsen geen psychiatrische pathologie constateerden, maar wel fysieke klachten. De verzekeringsarts van het UWV stelde op basis hiervan belastbaarheidspatronen vast en concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid sinds 1990 stationair was.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was, ondanks dat het onderzoek niet volledig voldeed aan Nederlandse normen. In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek niet gericht was op zijn situatie in 1990 en dat het UWV nalatig was geweest in het nemen van een tijdige beslissing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek in 2001 niet voldoende was gericht op de situatie in 1990 en dat het UWV daardoor niet zorgvuldig had gehandeld, wat leidt tot vernietiging van het besluit.
Daarnaast werd vastgesteld dat de procedure bijna vijf jaar en vijf maanden had geduurd, wat de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro overschreed. De Raad kende appellant een vergoeding van € 500 toe voor immateriële schade wegens deze overschrijding. Het UWV werd veroordeeld tot het nemen van een nieuwe beslissing en tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige medische beoordeling en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten.