ECLI:NL:CRVB:2007:BB5735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslissing tot intrekking Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Wajong-uitkering per 13 februari 2003 in te trekken omdat zij volgens het UWV minder dan 25% arbeidsongeschikt was. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de belastbaarheid van appellante niet was overschat en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het oordeel van de rechtbank onjuist was en dat het middencriterium van toepassing zou zijn, aangezien functies op opleidingsniveau 2 en 3 waren geselecteerd terwijl zij opleidingsniveau 5 heeft. De Raad stelde vast dat appellante haar stellingen niet nader onderbouwde en onderschreef het oordeel van de rechtbank.
De Raad nam mee dat appellante na het behalen van haar Havodiploma geen verdere diploma's had behaald en dat zij slechts kortdurend in functies had gewerkt die haar belastbaarheid te boven gingen. Ook was zij een jaar uitvaartverzorgster geweest en daarna vrijwilliger bij een regionaal radiostation. Gezien deze feiten achtte de Raad het redelijk dat aan appellante functies op niveau 2 konden worden opgedragen.
De Raad vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de aangevallen uitspraak. De medische verklaring van de orthopedisch chirurg gaf geen aanleiding tot een ander oordeel over de belastbaarheid van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.