ECLI:NL:CRVB:2009:BH8449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant heeft op 10 november 2004 een Wajong-uitkering aangevraagd vanwege psychische problemen. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant volgens hen minder dan 25% arbeidsongeschikt was en geschikt voor passende functies op niveau 1 of 2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanwege zijn psychische beperkingen niet in staat was de geduide functies te verrichten en verzocht om benoeming van een deskundige. Het UWV handhaafde het standpunt en leverde een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige.
De Raad oordeelde dat de functies medisch passend zijn en dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende toelichting had gegeven op de geschiktheid van de functies. Er was geen aanleiding voor benoeming van een deskundige. Wel oordeelde de Raad dat het bestreden besluit niet in stand kon blijven vanwege strijd met het motiveringsbeginsel, nu pas in hoger beroep een voldoende toelichting was gegeven.
De Raad vernietigde het besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.