ECLI:NL:CRVB:2007:BB5747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij terugvordering WAO-uitkering
Appellante ontving een WAO-uitkering en kreeg van het UWV een inkomensoverzicht waarin werd aangegeven dat zij over de periode december 1998 tot en met juli 2001 een bedrag van € 12.495,70 bruto te veel had ontvangen. Het UWV gaf aan dit bedrag te zullen terugvorderen via verrekening met nabetalingen. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit bezwaar werd door het UWV ongegrond verklaard. Later nam het UWV een gewijzigde beslissing waarin het terug te vorderen bedrag werd verminderd tot een restant tegoed van € 782,97.
De rechtbank had het bezwaar van appellante gegrond verklaard omdat het inkomensoverzicht geen besluit in de zin van de Awb was en de terugvordering niet op het overzicht vermeld stond. In hoger beroep stelde appellante dat de mededeling van het teveel betaalde bedrag wel rechtsgevolg had. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat nu het geschil over het terug te vorderen bedrag was opgelost en er geen verzoek tot schadevergoeding was gedaan, het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.
Partijen waren niet verschenen bij de zitting, en de Raad zag geen aanleiding om af te wijken van deze conclusie. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 oktober 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.